Meisjes hebben een voorkeur voor poppen en jongens gaan voor speelgoedauto's zodra ze kunnen kruipen. En dat gaat vanzelf, ze hoeven er niet toe aangezet te worden, zo blijkt uit onderzoek.
Uit de studie, die tijdens de jaarlijkse conferentie van het British Psychological Society`s werd gepresenteerd, blijkt dat er een biologische basis is voor de voorkeur van kinderen voor bepaald speelgoed, meldt Daily Mail. Dit wijst erop dat pogingen om kinderen te sturen naar 'speelgoed waarmee ze horen te spelen' gedoemd zijn te mislukken.
Psychologen Dr. Brenda Todd en Sara Amalie O'Toole Thommessen van City University Londen deden onderzoek onder negentig zuigelingen tussen de 9 en 36 maanden. Het speelgoed werd een meter bij de kinderen vandaan geplaatst en ze waren vrij om te kiezen met welk soort speelgoed ze wilden spelen. Hun keus en de hoeveelheid tijd die ze besteedden aan een bepaald speeltje werd bijgehouden.
Follow up:
Van de jongste kinderen (9 tot 14 maanden) speelden meisjes een stuk langer met poppen dan jongens. En jongens spendeerden veel meer tijd aan de speelgoedauto en een bal dan meisjes.
Van de twee- en driejarigen speelden meisjes 50 procent langer met de pop terwijl jongens deze maar kort vasthielden. Jongens spendeerden bijna 90 procent van hun tijd aan spelen met autootjes terwijl meisjes ze nauwelijks aanraakten.
Dr. Brenda Todd: ”Kinderen van deze leeftijd zijn al voor een groot deel onderhevig aan socialisatie. Het kan zijn dat jongens vaak speelgoed krijgen dat kan bewegen terwijl meisjes vaak speelgoed krijgen waarvoor ze kunnen zorgen. Dit kan hun voorkeuren beïnvloeden. Dat neemt niet weg dat er nog steeds een biologische basis kan zijn voor hun voorkeuren. De voorkeur van mannen voor bewegende voorwerpen kan een overblijfsel zijn van hun jagersinstinct. Meisjes voelen zich eerder aangetrokken tot warme kleuren zoals roze, de kleur van een pasgeboren baby.”