De mens werd sedentair om alcohol te brouwen. Dat is de conclusie van een Amerikaanse archeoloog.
Patrick McGovern, biomoleculair archeoloog aan het museum van de universiteit van Pennsylvania, zegt te kunnen aantonen dat de mens uit een noodzaak voor alcohol zijn rondtrekkend bestaan opgaf. Dat zegt hij in de Britse krant The Independent.
McGovern denkt dat het voor velen een geloofwaardige theorie is, 'maar we ontbreken nog heel wat bewijzen. En dat zal niet gemakkelijk zijn, omdat het gekende keramiek niet zo oud is.'
Follow up:
Op een site van een Chinees neolithisch dorp vond hij 9000 jaar oude bewijzen die aantonen dat de mens toen al alcohol brouwde. Op enkele potscherven vond hij de sporen terug van tartaarzuur, een zuur dat aanwezig is in wijnen.
'Mensen wilden dicht bij hun planten zijn, omdat ze die nodig hadden om alcohol te brouwen', zegt McGovern, 'maar het brouwen had ook een sterk egaal karakter. Het zorgde er voor dat mensen samenwerkten.'
De laatste twee decennia komt de biomoleculaire archeologie meer en meer op als een volwaardige subdiscipline binnen de natuurwetenschappelijke archeologie. 'Nu kunnen we zien wat de mens juist at, wat hij droeg of wat hij als decoratie gebruikte', zegt McGovern.
Binnenkort publiceert hij verdere onderzoeksresultaten in zijn boek 'Uncorking the Past', waarmee hij naar eigen zeggen zijn alcoholtheorie de wereld in wil sturen.