In tijden van financiële malaise leggen mensen meer geld opzij dan in tijden van economische voorspoed. Dat verklaart de Groningse psycholoog Jeffrey Wijnberg. Aan hem en aan de Tilburgse hoogleraar in economische psychologie Fred van Raaij de vraag wie er eigenlijk schuilgaat achter de spaarder. En bestaat er verschil tussen mannen en vrouwen?
„De stand van de economie weegt als externe factor mee. Gaat het goed, dan sparen we minder. In de huidige tijd van financiële ellende leggen we juist meer geld opzij”, zegt Jeffrey Wijnberg.
Follow up:
Spaarders zijn volgens de Groningse psycholoog erg goed in het uitstellen van hun ’onmiddellijke behoeftebevrediging’: „Aan het einde van de maand kun je kiezen om het overgebleven geld direct te verbrassen of opzij te zetten. Voor veel mensen is dit laatste een heel lastige opgave. Niet meteen toegeven aan verleidingen die op je pad komen, is een karaktertrek die al van jongs af aan in onze genen zit. In een wetenschappelijk onderzoek kreeg een groep kinderen ’n zakje met snoep. Wie na een paar uur de snoep had ’opgespaard’, kreeg twee zakjes extra als een soort rente. Wie alles opat, hield slechts een volle buik over.”
De Groningse psycholoog vervolgt: „De kinderen zijn gevolgd tot in hun verdere leven. Het bleek dat het kleine aantal dat destijds in het onderzoek de snoep links liet liggen, later een veel betere carrière had opgebouwd en sociaal sterker ontwikkeld was dan de rest van de groep.”
Fred van Raaij, hoogleraar economische psychologie aan de Universiteit van Tilburg, meent dat mensen die gemakkelijk toegeven aan hun opwellingen best kunnen sparen. „Alleen is daar vaak lichte dwang voor nodig, bijvoorbeeld door het automatisch overschrijven van een vast bedrag per maand naar een aparte rekening.”
„Voor de meeste mensen heeft sparen dan ook iets tegenstrijdigs”, vult Van Raaij aan. „Meer geld levert uiteindelijk een gevoel van onafhankelijkheid op. Maar in eerste instantie moet je leuke dingen laten, dus juist een beperking van de vrijheid.”
Naast het kunnen uitstellen van directe behoeftes wijst psycholoog Wijnberg nog op een andere karaktereigenschap die de spaarder kenmerkt: „Het zijn vaak wat onzekere types die altijd op zoek zijn naar vormen van veiligheid. Het opzijzetten van geld voor als ’t ooit eens tegenzit, is hier een goed voorbeeld van.”
Volgens de Groninger leidt de spaarwoede ertoe dat veel Nederlanders hun hele leven flink sparen, maar het geld uiteindelijk nooit zelf uitgeven: „De kinderen profiteren dan in de vorm van een erfenis. Aan de éne kant kun je zeggen: ’die mensen hebben voor niets gespaard!’ Aan de andere kant: ze hebben wel al die tijd met een veilig gevoel geleefd.”
Op basis van eigen waarneming vindt Wijnberg dat vrouwen betere spaarders zijn dan mannen. „Het bekende gat in de hand gaat vaak helemaal niet op. Vrouwen voelen zich van nature verantwoordelijk voor de opvoeding en de toekomst van hun kinderen. Daar hoort sparen ook bij.”
„Mannen zijn veel extremer en strooien eerder met geld. Mijn cliënten met betalingsproblemen zijn stuk voor stuk man. Ik kan ieder koppel of gezin aanraden de geldzaken door de vrouw des huizes te laten beheren. Doe ik ook en dat bevalt prima!” zegt de psycholoog.
Overigens meent hoogleraar Van Raaij dat naarmate we ouder worden ook omgevingsfactoren van invloed zijn op ons spaargedrag: „Uit eigen onderzoek blijkt dat tieners zich vooral laten leiden door hoe vriendjes en vriendinnetjes met geld omgaan. Of de ouders zuinig aandoen met hun geld is eigenlijk nauwelijks bepalend.”