Het zwartrijden in de Rotterdamse metro neemt nog steeds toe. In de maand juni lag het percentage zwartrijders op 10,2 procent tegen 9,6 procent in juni 2007, maakte staatssecretaris Tineke Huizinga (Verkeer) bekend.
De cijfers zijn koren op de molen van de gemeente, die af wil van de strippenkaart en vanaf eind januari alleen nog wil doorgaan met de ov-chipkaart als vervoersbewijs in de metro. Volgens wethouder Jeannette Baljeu (Verkeer en Vervoer) wordt zwartrijden een stuk moeilijker als de poortjes alleen nog opengaan door de chipkaart. Huizinga beslist uiterlijk eind oktober over het afschaffen van de strippenkaart, kondigde zij vorige week in de Tweede Kamer aan.
Follow up:
Het is gissen naar de oorzaak van de stijging van het zwartrijden in Rotterdam. Volgens Huizinga moet dat nog binnen het Rotterdamse vervoersbedrijf (RET) worden besproken.
In bij elkaar zes concessiegebieden vindt sinds de eerste controle in 2004 een jaarlijkse meting plaats omdat het zwartrijdpercentage er op of boven 3 procent ligt.
Op de sneltram tussen Nieuwegein en IJsselstein nam het zwartrijden slechts licht toe, van 6,8 naar 7 procent. Dat geldt ook voor drie tramlijnen in Amsterdam (van 7,1 naar 7,5 procent).
Elders is het zwartrijden op z'n retour. Zoals op de Zuidtangent, de snelle buslijn tussen Haarlem en Schiphol, (van 4,8 naar 3,8 procent). Volgens vervoerder Connexxion is dat het resultaat van consequente en zichtbare controle met regelmatige acties samen met de politie.
Ook op de tram in Den Haag zakte het aandeel zwartrijders, van 8,5 naar 7,9 procent. In de Amsterdamse metro reizen nog wel veel mensen zonder kaartje, maar het percentage zakte van 14,4 in 2007 naar 12,4. Volgens het Amsterdamse vervoersbedrijf GVB wordt er vaker gecontroleerd, ook 's ochtends vroeg en 's avonds laat en tijdens de vakanties.