Ik blijf hier vanacht als het mag dicht bij jou.
Het vriest dat het kraakt �k sterf hier van de kou.
Met z�n twee in jouw kist.
Hij staat mooi uit de wind.
Geen smeris die mij hier op deze plek vindt.
Ik jat als het moet ik zeg het niet graag.
Maar wat moet je als wees met niks in je maag...
Wij zijn het schuim van de straat omdat men ons verrekken laat.
Men bidt voor ons dat lijkt me sterk, waarschijnlijk toch niet in de kerk.
Ik zie je kijken lief zacht beest alsof je mijn gedachten leest.
Dan snap je dus wat ik bedoel.
De mensen hebben geen gevoel.
Wat moet je als kind als geen ziel om je geeft.
Dan vrag je je af waarvoor je leeft.
Ik ben nog zo klein en sta nu al alleen.
De wereld is groot maar waar moet ik heen=
Je kwam net als ik allenig te staan.
Nu heb je een vriend, kruip maar tegen mij aan...
Wij zijn het schuim van de straat.
Omdat men ons verrekken laat.
Men bidt voor ons dat lijkt me sterk, waarschijnlijk toch niet in de kerk.
De mens is hard, maar jij bent zacht.
Mijn kamaraad met zwarte vacht.
Ik noem je...
ik zeg het ins je oog.
Ik noem je .. Moor