De komende jaren worden forse lerarentekorten verwacht. Maatregelen zoals het bieden van een aantrekkelijk carriëreperspectief en concurrerende arbeidsvoorwaarden zijn daarom noodzakelijk om leraren voor het onderwijs te behouden en nieuwe leraren aan te trekken. Dit stelt de Onderwijsraad in zijn advies Waardering voor het leraarschap dat vandaag wordt aangeboden aan de voorzitter van de Tweede Kamer.
De raad roept dringend op de tekorten aan te pakken en niet te wachten tot problemen echt nijpend worden. De Kamer kan het belang van de positie van de leraar benadrukken door het instellen van een parlementair onderzoek.
Bij het kiezen voor een loopbaan moet het onderwijs een volwaardige optie zijn en blijven. Dit betekent dat het vak aantrekkelijk moet zijn en perspectief moet bieden, zowel financieel (salaris) als inhoudelijk (opleiding). Er moet veel meer mobiliteit vanuit en naar het onderwijs komen, zodat werken in het onderwijs een normaal onderdeel van een loopbaan wordt. Naast het verbeteren van de arbeidsvoorwaarden in het algemeen denkt de raad aan een opslag in bepaalde regio's of voor vakken waar het tekort schrijnend is.
Follow up:
Daarnaast wil de raad het opleidingsniveau van ten minste 10% van de leraren in primair en voortgezet onderwijs en het middelbaar en hoger beroepsonderwijs ophogen door speciale bachelor-, master- of promotieopleidingen. Hieraan moet een diplomaopslag worden gekoppeld. De raad verwacht dat door deze maatregelen de belangstelling voor werken in het onderwijs zal toenemen, bijvoorbeeld onder groepen die nu niet vaak voor deze sector kiezen (waaronder mannen en academici).
De raad pleit ervoor dat de nieuw gekozen Tweede Kamer straks laat zien de positie van de leraar cruciaal te vinden, en dat te doen door inzet van een specifiek middel: een parlementair onderzoek naar de positie van de leraar. Een dergelijk onderzoek beoogt een drietal doelstellingen. Allereerst laat de Kamer zien waar zijn hart ligt.
Ten tweede kan op die manier alle kennis die bij instanties aanwezig is openbaar en voor iedereen toegankelijk worden besproken, beoordeeld en gedeeld. Tot slot kan de Kamer zo de rolverdeling sturen wanneer onderwerpen in een schemergebied dreigen te blijven liggen: welke instantie behoort eigenlijk welke taak op zich te nemen? Bijvoorbeeld als het gaat om een nascholingsregister van leraren. De Kamer kan verder alert zijn op het risico van 'downgrading' in het onderwijs wanneer steeds meer leraarstaken worden overgenomen door onderwijsassistenten, en op de ontacademisering van het onderwijs.