Een van de meest intrigerende vragen in de biologie, is waarom de mens de enige is met zoveel hersens dat hij zelfs vragen gaat stellen over zijn eigen bestaan.
Onderzoekers van de Universiteit van Californië denken een mogelijk antwoord te hebben gevonden. Ze hebben een gen gevonden dat de afgelopen vijf miljoen jaar de grootste verandering of mutatie van alle genen heeft doorgemaakt, de mens is de enige die dit gen bezit.
De onderzoekers lieten in het gerenommeerde Britse tijdschrift Science weten dat ze geen idee hadden wat nu precies de functie van het gen was. Wat ze wel met zekerheid konden zeggen is dat het actief is tijdens de embryonale ontwikkeling van de hersenen, wanneer de groei het hardst gaat.
"Eigenlijk volgt het gen een enorm suggestieve route", aldus bioloog en onderzoeksleider David Haussler. "Het gen wordt actief in week zeven van de embryonale ontwikkeling en bevindt zich in dezelfde cellen die verantwoordelijk zijn voor de opbouw van de hersenstam. Na 19 weken als de bouw van de hersenstam is voltooid, dan houdt ook het gen het voor gezien. Het lijkt er dus erg op dat het gen een van de bouwstenen of medebouwers van de hersenstam is. Hij zit op de goeie plek, gaat aan op het goede moment en ook weer uit als het hoort".
Follow up:
Bruce Lahn, verbonden aan de universiteit van Chicago, vond tijdens een eerdere studie twee verschillende genen die verantwoordelijk worden gehouden voor de ontwikkeling van de hersenen. De evolutie van de hersenen staat dus niet stil, een reden dat de mens misschien steeds intelligenter wordt. Lahn is enthousiast over de nieuwe vinding: "Uiteindelijk valt ieder stukje nieuwe informatie op zijn plek, krijgen we meer inzicht in de menselijke evolutie en kunnen we het gaan gebruiken om de gezondheid van de mens te verbeteren
Het gevonden gen, HAR1, komt voor in het brein van alle dieren en het ondervond geen of bijna geen veranderingen in de laatste miljoenen jaren. Maar het HAR1-gen van de mens veranderde wel, ongeveer 5 tot 7 miljoen jaar geleden toen mens en chimpansee definitief een eigen pad kozen begon het HAR1-gen van de mens drastisch te veranderen.
Ongeveer 10 procent van de menselijke HAR1 genen is anders dan dat van de chimpansee. Volgens Haussler is dit waarschijnlijk ook de reden dat het menselijke brein drie keer groter is dat dan van zijn aapachtige verwanten.
HAR1 is nog niet zo lang geleden ontdekt en hoort bij het type genen dat is gemaakt van ribonucleïne zuur. In plaats van DNA is er daarom sprake van RNA. Dit zijn genen gemaakt van DNA, maar ze reageren individueel in plaats van in groepsverband. Men denkt dat een van de functies van RNA het aansturen van DNA is.
Het HAR1 gen is actief tijdens de embryonale ontwikkeling, sommige neuronen produceren dan een proteïne dat bekend staat als reelin, verantwoordelijk voor de begeleiding van de groei van de hersenen. Eigenlijk zorgt reelin ervoor dat alle stekkertjes in het juiste stopcontact komen.
Als dit proces in voltooid, dan schakelt HAR1 weer uit. Wetenschappers hopen in de toekomst het gen ook te gebruiken om andere delen van het menselijk lichaam mee te reguleren.
Biologen gaan er al jaren vanuit dat het menselijke brein zo groot is geworden omdat onze voorouders te kwetsbaar waren om zich op andere manieren te verdedigen.