Alles over toepen. De spelregels.
Het delen van de kaarten
De deler schudt de 32 kaarten (zoveel hij wil) en geeft (in tegenstelling tot andere spelletjes zoals bijvoorbeeld jassen) met de klok mee iedere speler 2 keer 2 kaarten (dus hij deelt 2 rondes, iedere ronde iedere speler 2 kaarten) beginnend bij de speler links van hem. De deler die als eerste deelt is tevens diegene die de score bijhoudt, hoewel dit kan verschillen.
De inzet
Vooraf moet je afspreken waar je om speelt. Er kan bijvoorbeeld om geld of om bier gespeeld worden, maar standaard is spelen om (straf)punten. Degene die het eerste 10 punten heeft verliest het spel. De winnaar van één rondje toepen krijgt geen punten aangeschreven, de verliezers krijgen punten bijgeschreven, afhankelijk van het aantal malen dat is "geklopt".
In sommige kringen is het ook gebruikelijk met 15, 20 of zelfs 30 punten te spelen. Dit dient wel vooraf te worden afgesproken, want aan de hand van de hoeveelheid punten kunnen mensen meer of minder gaan bluffen. De punten zijn strafpunten, winnaar is de speler die als laatste het maximum overschrijdt, of degene met de minste punten.
Begin van het spel
De speler naast de deler (met de klok mee) mag als eerste een kaart opgooien (uitkomen). De andere spelers moeten een voor een kleur (H/R/K/S) bekennen (iemand speelt harten, dan moet iedere speler ook harten spelen als hij die heeft). Kan een speler niet bekennen, dan mag hij zelf weten welke kaart hij opgooit. De speler die én kleur heeft bekend én de hoogste kaart heeft gespeeld wint de slag. Bij het toepen zijn de plaatjes het laagst, en dan komen pas de cijfers. De volgorde van de kaarten van laag naar hoog is dus: boer, vrouw, heer, aas, 7,8,9 en 10.
Na het spelen van een kaart, blijft de kaart open voor de speler liggen die hem gespeeld heeft. Zo blijft het overzicht altijd, wie wat gespeeld heeft en kan er gecontroleerd worden of er niet verzaakt is.
Vervolg van het spel
Daarna moet degene die de voorgaande rond heeft gewonnen delen. Het blijft dan zo dat de speler links van de deler moet uitkomen. Zo bepaalt deze speler dus welke kleur gevraagd is. Dit gaat zo door totdat vier slagen gespeeld zijn (de kaarten zijn dan op). De speler die de laatste slag wint, blijft vrij van een punt, de verliezers krijgen wél een punt (of meerdere afhankelijk van het aantal keren dat er getoept is). Hoeveel slagen je wint is dus niet van belang, als je de láátste maar wint.
Toepen (of kloppen)
Als je goede kaarten hebt, en verwacht dat je de laatste slag (en daarmee de ronde) wint, kun je te allen tijde gedurende een potje "toepen". Dat doe je door op tafel te kloppen en/of "toepen" te roepen. Dit wordt ook wel kloppen genoemd. Degene die meegaat ('kijkt') en verliest (dus niet de laatste slag kan winnen) krijgt 2 punten, degene die past krijgt er 1. Wordt er gedurende een heel potje niet getoept, dan krijgen alle verliezers 1 punt en de winnaar geen. Na een toep zeggen de spelers een voor een met de klok mee of ze meegaan of passen, beginnend NA de speler die geklopt heeft. Verliest de klopper, dan krijgt hij er natuurlijk ook 2 punten bij.
Degenen die meegaan, kunnen "overtoepen". De inzet wordt dan met nóg een punt verhoogd, passen op de tweede toep levert 2 punten op, kijken/meegaan en verliezen 3 punten. Zelf toepen kan doorgaan tot het maximale aantal gestelde punten. Stel je staat op 8 punten en speelt tot de tien: Je kijkt bij een eerste klop, dus je speelt voor je zogenaamde 'dood'. Als je die ronde verliest, sta je immers op het afgesproken maximum van 10 punten, en heb je het spel verloren. Aangezien je speelt voor je dood, kun jij niet meer overkloppen, je kunt echter nog wél blijven meegaan/kijken, ook al toepen andere spelers over. Andere spelers (met minder punten) mogen nog overtoepen. Als dit gebeurt speel je vanzelfsprekend mee, tenzij jij de enige speler over bent in het spel, dan mag je kiezen. Als je past krijg je immers zoveel punten dat je automatisch het spel verloren hebt. Verliest degene die toept voor 3 punten, dan krijgt hij dus ook 3 punten. Verlies jij, dan krijg je 'maar' 2 punten, maar dan ben je toch al dood.
Als je klopt, kun je zelf niet over je eigen klop overkloppen. Je mag pas weer overkloppen als iemand anders tussendoor ook geklopt heeft en jij met die klop bent meegegaan.
Rangvolgorde:
Indien geen van de nog in het spel zijnde spelers de gevraagde kaartkleur heeft en geen van de spelers heeft het de kaart met de hoogste waarde, is de rangvolgorde van de kaarten 1) Harten 2) Schoppen 3) Ruiten en 4) Klaver.
Voorbeeld:
3 spelers hebben allen nog maar 1 kaart. Speler A mag als eerste uit, en speelt een Klaver Boer. Speler B heeft Ruiten 10 maar klopt toch (bluft). Speler C heeft Schoppen 10 en houdt wel van wat bluf en gaat mee. Speler A past echter. De spelers B en C hebben beiden niét de gevraagde kaart. Speler C wint hier echter omdat in dit geval de Schoppen 10 hoger is dan de Ruiten 10.
Armoede / Pelt
Als er een rondje gespeeld is, worden de punten van iedereen opgeschreven. Na een aantal rondjes kan het zijn dat iemand op 1 punt na af is. Dit wordt armoede (of "pelt") genoemd (1 punt erbij en hij is af/dood). Armoede telt als een klop; er wordt dus sowieso voor één punt extra gespeeld. De overige spelers die geen armoede hebben, mogen na het delen hun kaarten bekijken en zeggen of ze al dan niet meegaan. Zijn er twee of meer armoedes en passen alle overige spelers, dan moeten de armoedespelers tegen elkaar spelen. Dan vallen dus alle armoedespelers behalve 1 af. Is er 1 armoedespeler en de rest kijkt niet, dan wint de armoedespeler het rondje en krijgen de andere spelers gewoon een punt. Zeggen of je met armoede meegaat, moet voor de eerste kaart opgegooid wordt op volgorde van spelers met de klok mee, beginnend vanaf degene met armoede, niet vanaf degene naast de deler.
Optionele regels
Blind toepen (of blind kloppen)
Dit houdt in dat voordat iedere speler zijn kaarten heeft gezien, iemand klopt of "ik toep blind" roept. Een blinde toep geldt als een toep voor 3 punten, hoewel dit anders kan worden aangegeven aan het begin van een potje. Er mag alleen blind getoept worden als nog niemand zijn/haar kaarten heeft ingezien. Wie daarna kijkt of meegaat en verliest, krijgt 3 punten. Wie niet meegaat, krijgt 1 punt en mag z'n kaarten niet inzien. Doet hij dit wel, dan wordt hij gestraft met een extra punt. Verder zijn alle andere toepregels gewoon van kracht, met uitzondering dat diegene die blind toept móet beginnen. Normaal mag alleen de degene die het meeste aantal punten heeft blind toepen.
Om te voorkomen dat spelers voortijdig in hun kaarten kijken mogen kaarten pas omgedraaid worden als de deler het deck of de stapel kaarten heeft neergelegd. Een speler die toch in zijn kaarten kijkt, krijgt voor straf een punt. Er kan dan niet meer blind getoept worden. Verder gaat het spel op de normale wijze door. Hoewel deze regel puur voor blind toepen is ingevoerd, is het aan te raden deze regel altijd te hanteren. Het is niet fair t.o.v. de deler, die zijn kaarten als laatste ingeleverd heeft, en dus minder tijd heeft zijn kansen in te schatten.
Er kan niet blind getoept worden indien 1 of meerdere spelers 'op armoede' staan.
Vuile Was
"Vuile Was" is een manier om een erg slechte hand 'schoon te wassen' door nieuwe kaarten te pakken, of om te bluffen. Een speler die zijn Vuile Was inlevert (d.w.z. zijn hele hand), doet dit met de afbeelding naar beneden en zegt daarbij: "Vuile Was.". Iedere speler heeft dan het recht deze Vuile Was te controleren. Deze draait de Vuile Was kaarten om en toont deze aan alle deelnemers, is de Vuile Was niet 'echt' dan dient de eigenaar ze terug te nemen en met deze kaarten te spelen en krijgt hij een strafpunt. Is het echt Vuile Was (zie hieronder), dan krijgt diegene die de Was omdraait of controleert een punt en kan de eigenaar doorspelen met zijn nieuwe hand.
Vuile Was is: -4 plaatjes(boer, dame, koning, aas) in elke volgorde, soort of hoeveelheid. (dus 3 azen en een boer is geldig, maar even zo een boer, een dame en 2 heren). Drie plaatjes en een 7 is ook vuile was.
Bij alle andere combinaties dient de Was onmiddellijk te worden teruggegeven. Eventuele kaarten die al van de stapel zijn gehaald of zijn ingezien, verdwijnen onder op de stapel.
Het is toegestaan meerdere malen Vuile Was in te leveren tot de stapel leeg is. Ook kunnen verschillende spelers Vuile Was in leveren, echter zodra de stapel leeg is houdt dit op.
Vuile Was kan niet meer ingeleverd, noch gecontroleerd worden zodra de speler links van de deler zijn eerste kaart heeft gespeeld. Bij een blinde toep kan er ook met de Vuile Was regel gespeeld worden. Let op: De Vuile Was regel is niet aan te raden bij 5 of meer spelers, omdat de stapel erg klein wordt.
3 Boeren/3 Tienen
Deze regel verplicht een speler te fluiten indien hij 3 boeren of 3 tienen in zijn hand heeft. Het mooiste is uiteraard in bezit zijn van 3 tienen én een boer. Door de boer als eerste af te leggen(uiteraard dient er wel kleur bekend te worden), zal men denken dat de speler in het bezit is van 3 boeren. Door te toepen, breng je de hele partij in verwarring, en speel je diegenen die meegaan 2 punten toe.
Winnen-met-Boer
De Boer is de laagste kaart in het spel en het is extra vernederend als je met een boer, toch de laatste slag kan winnen, en daarmee de ronde. Een speler die dit presteert, krijgt een 'punt eraf', gesymboliseerd door een stip bij zijn laatste turf. Verliest hij de volgende keer dan wordt de turf verbonden met de stip en telt de stip niet meer mee. Het is mogelijk door de eerste ronde met een boer te winnen op een negatieve score te staan. Winnen met een toep van 4 boeren staat gelijk aan winnen met boer in de laatste slag en resulteert in een punt eraf.
Kans op toep
Vier dezelfde kaarten, d.w.z. vier boeren, of vier tienen is een toep. Een speler die zulke kaarten krijgt, wint automatisch, roept onmiddellijk: "Toep!" en laat zijn hand zien. Alle andere spelers ontvangen direct 3 punten en er wordt opnieuw gedeeld door de winnaar. Echter er is ook een "kans op toep" indien een speler 3 dezelfde kaarten bezit. Hij mag dan: "Kans op toep" roepen en 1 kaart van de stapel pakken. Indien hij hiermee 4 dezelfde kaarten bezit heeft hij een toep en wint. Kans op toep is ALTIJD authentiek, er kan hiermee niet gebluft worden! Een speler die dit toch doet, en gedurende het spel niet minstens 3 dezelfde kaarten kan opleggen, dient uit het spel te worden verwijderd.
Indien er bij een kans op toep geen 4e gelijkende kaart wordt getrokken van de stapel, dient de speler de kaart die niet in de rij van 4 past, en die hij vanaf het begin gedeeld kreeg af te leggen. Deze doet niet meer mee in het spel. Deze regel kan gecombineerd worden met de "3 Boeren 3 Tienen"-regel, de "Vuile Was"-regel en "Winnen-met-Boer"-regel. Indien het zich voordoet dat 2 spelers een Toep hebben wint de hoogste toep.
Nog meer speelvarianten
Er zijn heel wat verschillende toepspellen te bedenken en veelal gelden huisregels. Bij introductie van vreemden in het gezelschap dienen deze regels allemaal uitgelegd worden, eer ze geldig zijn.
'wit graf' of Koningstoepen
Als de laatste twee spelers beide armoede hebben, heet dit 'wit graf', 'Koningstoepen' of 'Koningsspel'. Er wordt dan een laatste titanenstrijd gestreden, namelijk met acht kaarten per persoon. Elke speler krijgt 11 kaarten gedeeld en legt er daar 3 van weg. Met de overige 8 kaarten wordt de finale gespeeld. Ook zijn er varianten waarbij er 3 spelers op armoede staat ('grijs graf' of 'Onderkoningstoepen' en iedere speler acht kaarten gedeeld krijg en hij zonder af te leggen met deze kaarten speelt. Soms wordt er wel afgelegd, maar ook dat aantal verschilt per gezelschap.
Anti-lijntoepregel
Lijntoepen is een beruchte speelstijl, het is een tegenpool van bluffen. Het houdt in: Nooit meegaan met (blinde) toeps, altijd op safe spelen en alleen met waterdichte kaarten toepen(3 tienen, een straatje van 8, 9, 10 in dezelfde soort etc.). Zulke spelers ziet men niet graag, omdat ze het hele spel langdradig maken en geen risico nemen. Het is geen valsspelen, maar wordt meestal niet op prijs gesteld.
Om het lijntoepen tegen te gaan, kan er gekozen voor de Anti-lijntoepregel, dit houdt in dat iedereen maximaal 2 keer achter elkaar mag weggaan. Bij de derde toep ben je dan verplicht mee te gaan.
5-kruizenregel
Een kruis krijg je als je een ronde wint. De 5-kruizenregel houdt in: win je vijf potjes achtereen (dan heb je dus 5 kruizen achter elkaar), dan vliegt degene met het laagst aantal punten (op de speler met vijf kruizen na) eruit en doet dus niet meer mee.