Politici die de mogelijke wens van moslims om de sharia in te voeren als schrikbeeld voorstellen, zijn gebaat met „zakelijke informatie” over de uiteenlopende manieren waarop de islamitische wetgeving in moslimlanden wordt uitgelegd en toegepast. Zo heeft Tunesië polygamie afgeschaft met een beroep op de sharia, terwijl het hebben van meer vrouwen in Saudi-Arabië juist als voorschrift van de islamitische wetgeving geldt.
Dat zei de Leidse jurist prof. dr. J.M. Otto met het oog op een lezingenserie over de sharia die het Van Vollenhoven Instituut van de Universiteit Leiden vanaf donderdag organiseert. Het instituut, waarvan Otto directeur is, heeft in opdracht van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid onderzoek gedaan naar de toepassing van het islamitisch recht. Dat heeft geleid tot drie publicaties, die de WRR 12 april tegelijk met een advies aan de regering over islam en politiek aan de regering zal aanbieden.
Een nuchtere analyse van de uiteenlopende toepassingen van de sharia in moslimlanden leert volgens Otto dat een roep om invoering van de islamitische wetgeving van alles kan betekenen. Het beeld dat in het „gepolariseerde” Nederlandse integratiedebat echter overheerst, is dat de sharia gelijk staat aan draconische straffen als steniging van overspelige vrouwen en het afhakken van handen van dieven, zei Otto, hoogleraar recht en bestuur in ontwikkelingslanden.
Follow up:
En dat terwijl in veel moslimlanden het islamitische strafrecht helemaal niet geldt. In een aantal landen waar het wel wordt toegepast, worden zulke straffen bovendien zelden of nooit ten uitvoer gebracht. „De neiging bestaat om incidenten uit te vergroten. Veel zakelijke informatie is in strijd met het beeld dat hier geschetst wordt.”
Otto noemde Egypte als voorbeeld dat representatief is voor veel islamitische landen. In de Egyptische grondwet staat dat de sharia de voornaamste bron van het rechtssysteem is, maar het strafrecht is niet islamitisch, maar ontleend aan het Franse wetboek van strafrecht. Islamitische schriftgeleerden hebben verklaard dat het geldende strafrecht niet in strijd is met de sharia.
De meeste moslimlanden erkennen niet alleen andere bronnen van wetgeving naast de sharia, ze blijken de islamitische wetgeving ook nog eens heel verschillend uit te leggen. Zo is het volgens Otto mogelijk om een wet die de gelijkheid van man en vrouw regelt, op de sharia te baseren, al zullen sommige moslimjuristen daarbij wellicht een andere opvatting van gelijkheid hanteren dan collega's in eigen land of in het Westen.
„Als je alleen al ziet welke matiging optreedt bij de toepassing van bepaalde aspecten van de sharia in een land als Pakistan, dan mag je ervan uitgaan dat invoering in een Nederlandse context - Osdorp of Slotervaart worden soms genoemd - vooral een symbolische waarde zou hebben.”
In de collegeserie van het Van Vollenhoven Instituut belichten deskundigen uit binnen- en buitenland tot en met 22 juni wekelijks diverse aspecten van de sharia en het nationale recht in diverse landen.