Koeien en andere grazende zoogdieren maken gebruik van een uitgekiend sociaal systeem om te bepalen wie er leider wordt en wie mag volgen.
Wetenschappers hebben aangetoond dat intelligentie, nieuwsgierigheid, zelfvertrouwen, levenservaring en goede sociale vaardigheden bepalend zijn voor de uiteindelijke keuze van een leider.
Volgens de onderzoekers toont dit aan dat er niet noodzakelijkerwijs sprake hoeft te zijn van een ‘geboren leider’. Sterker nog, een pesterig karakter, zelfingenomenheid, grote en kracht worden door de beesten niet herkend als kwaliteiten voor leiderschap.
“Het feit dat binnen een groep dieren van verschillende leeftijden het niet vanzelfsprekend is dat er een leider opstaat, maar dat deze wel altijd een van de oudste dieren is, laat zien dat de keuze een resultaat is van eerder opgedane ervaring”, aldus Bertrand Dumont, onderzoeker en auteur van het artikel Applied Animal Behavior Science.
Follow up:
Dumont is als onderzoeker verbonden aan het INRA, het nationale instituut voor veeteeltonderzoek in het Franse Saint-Genès-Champanelle. “Leiders en dominantie zijn niet aan elkaar verbonden. Met andere woorden, de leiders zijn niet de sterkste dieren”.
Dumont en zijn team observeerde een groep van 15 twee jaar oude vaarsen. De groep kon overdag grazen op normaal boerenland. Soms werd het hek opengezet naar een ander gedeelte van de weide waar gras stond dat de koeien aanmerkelijk lekkerder vonden.
Iedere keer als de koeien toegang kregen tot het malsere gras was koe nummer zeven degene die als eerste op onderzoek uitging. De andere koeien accepteerden haar leiderschap en volgden haar in sociale groepen van gemiddeld drie koeien.
Volgens Dumont is het logisch dat de koeien zich op deze wijze gedragen. “Nummer zeven heeft de groep waarschijnlijk vaker de goede kant opgestuurd. De koeien hebben geleerd niet de sterkste te volgen, maar degene die ze naar het beste voedsel brengt. “Dit vergroot hun eigen kansen op succes”
De onderzoekers konden niet vaststellen dat koe nummer zeven een signaal aan de kudde had gegeven. Hier waren ze wel naar opzoek omdat een eerdere studie had aangegeven dat Amerikaanse buffels gebruik maken van tekens. Door hun lichaamstaal ontstond zelfs een soort van stemgedrag over welke richting ze zouden inslaan.
De buffels gingen met hun lichaam een bepaalde kant opstaan. De richting die werd gekozen, was constant die waar de meeste buffels heen wezen.